wpbb851069.png

Waarom een nieuwe methode maken? Er zijn er toch genoeg?

Een methode moet dynamisch zijn. De vakken Natuur-/scheikunde en Techniek moeten in gelijke mate vertegenwoordigd worden. De werkstukken moeten leuk zijn. En de leerling moet zelfstandig aan de slag kunnen.

 

Dat waren de eisen waaraan wij moesten voldoen toen we in maart 2007 met onze school (Insula College) verhuisde naar een nieuw school gebouw. In plaats van de traditionele vakken Techniek en Natuurkunde, was het de bedoeling dat beide vakken gecombineerd zouden worden in het vak “Mens en Techniek”. We zouden een extra groot lokaal krijgen waar bij vakken gegeven konden worden en waar twee klassen met twee docenten, tegelijk les konden krijgen.

 

De nieuwe situatie verschillende nogal van de oude situatie: geen aparte lokalen voor Natuurkunde en Techniek, twee klassen gelijktijdig in 1 lokaal, een groot lokaal met natuurkunde tafels, techniek tafels, machines, computers èn 4 pilaren!

 

In de oude situatie werd veel frontaal lesgegeven en veel proeven werden door de docent voor de klas gedaan of door alle leerlingen tegelijk aan praktijktafels. Maar met twee klassen en twee vakken was dat niet meer mogelijk. Niet alleen is de groep te groot er was ook geen plek in het lokaal waar de docent alle leerlingen tegelijk kan zien en de leerlingen het bord kunnen zien.

 

In de oude situatie werden twee verschillende boeken van verschillende uitgeverijen gebruikt, die niet op elkaar aansloten. Voor de nieuwe methode moest niet alleen de vakken op elkaar af gestemd zijn, met moest ook dynamischer zijn: geen vaste groepen, geen vaste werkplekken en de leerling moest zelfstandiger gaan werken.

 

Natuurlijk hebben we eerst verschillende bestaande methoden uitgeprobeerd, maar niets beviel: vaak is frontaal lesgeven toch nodig, de natuurkunde wordt vaak onderbelicht of het is te theoretisch (alleen opgaven maken) met te weinig proefjes of de techniek is niet erg origineel, met weinig lijn.

Een veel voorkomend probleem was dat de natuurkunde niet voldoende afgestemd is op 1ste jaarsleerlingen, die is al snel te abstract.

 

Rachel had ervaring met het schrijven van lesmethoden bij uitgeverij (Wolters) Noordhoff. En Rachel en Marco hadden al eerder een korte lessenserie in elkaar gezet over “materialen” (een onderwerp dat in de bestaande methode niet of nauwelijks belicht werd). Dat beviel goed. De lessenserie is heel dynamsich in te zetten, de leerlingen kunnen in hun eigen tempo werken en de sfeer in de klassen is goed.

 

Gezien het enthousiasme van de leerlingen en de prettige manier van werken voor docent en leerling, besluit de vakgroep met de materiaal verder te gaan. Het materiaal is steeds verder ontwikkeld in nauw overleg met toenmalig vakgroephoofd Wout Moret, natuurkunde docent Adrie Markus en docent Nederlands Karina van Zuilen. Ook zijn de kerndoelen van beide vakken nauwlettend in het oog gehouden om de aansluiting met de bovenbouw te garanderen.

 

In 2013 komt de vraag van de schoolleiding of het vak informatica ook te integreren is in onze methode. Gezien de grote raakvlakken met techniek, zijn we meteen enthousiast. Dit is het begin van de uitbreiding van de methode Elementen met een ICT component. Dit deel is gemakkelijk te combineren met de natuurkunde en techniekdelen in Elementen, maar ook los (in een aprat computerlokaal) te gebruiken.

De manier van werken is hetzelfde: dynamisch en de leerlingen kunnen zelfstandig en in hun eigen tempo werken.

Ooi en ram Educatief Ingenieursbureau